Postdoctoraal onderzoek Michaël Boyden (2008-2014)


Michaël Boyden werkt aan een postdoctoraal onderzoek over de rol van taal en vertaling in autobiografieën van migranten in de Verenigde Staten tijdens de periode 1870-1930 onder promotorschap van Lieve Jooken (HoGent) en Marysa Demoor (UGent). In dit kader bereidt hij een nieuwe editie voor van de tweetalige autobiografie van de Duits-Amerikaanse politicus en literator Carl Schurz (De Gruyter 2010). Op langere termijn wordt een monografie beoogd rond de problematiek van meertaligheid en literaire/tekstuele diglossie in migrantenautobiografieën. Een centrale vraagstelling daarbij betreft de wisselwerking tussen moedertaal en adoptietaal in het autobiografisch schrijven en de manieren waarop die wisselwerking de stem van de auteur en daarmee samenhangende tekstueel gecodeerde verwachtingen omtrent oorspronkelijkheid en originaliteit vormgeeft. Boyden is tevens wetenschappelijk consultant van het Red Star Line-museum in Antwerpen, dat gewijd is aan de bijna drie miljoen migranten die via de havenstad Antwerpen naar de Verenigde Staten en Latijns-Amerika vertrokken.


 

Postdoctoraal onderzoek van Liesbeth De Bleeker (2008-2014)


Liesbeth De Bleeker werkt aan een postdoctoraal onderzoek onder promotorschap van Guy Rooryck (HoGent) en copromotorschap van Patrick Collard (UGent). Met haar project “Meertaligheid en culturele identiteit in de hedendaagse Franstalige Caribische literatuur: een discoursanalytisch en vertaalwetenschappelijk onderzoek” beoogt zij een bijdrage te leveren tot het onderzoek naar meertaligheid en vertaling – en naar meertaligheid in vertaling – in een postkoloniale context. De Franstalige Caribische literatuur vormt hierbij het uitgangspunt.

De doelstelling van het project is tweeledig. Ten eerste wordt nagegaan welke talige strategieën Franstalige Caribische auteurs aanwenden om, via hun teksten, een Caribische (culturele en literaire) identiteit uit te bouwen (of te ondermijnen). Dit gebeurt aan de hand van een welomlijnd corpus van literaire, narratieve teksten waarin de hoofdtaal, Frans, gelardeerd wordt met anderstalige uitdrukkingen of tekstfragmenten. Ten tweede wil het project inzicht bieden in de manier waarop deze meertaligheid, die we beschouwen als een cultuurspecifieke eigenschap van de tekst, wordt weergegeven in vertalingen die circuleren binnen een ander cultureel en literair systeem. Om dit te doen werd gekozen voor een corpus dat bestaat uit Nederlandse en Anglo-Amerikaanse vertalingen van de narratieve teksten bestudeerd in het eerste deel van het onderzoek.

Op basis van empirisch, tekstgebaseerd onderzoek wordt dus getracht na te gaan in welke mate meertaligheid een rol speelt bij de constructie van een Caribische identiteit (culturele en literaire identiteit), en hoe de vertaler en zijn uitgever hiermee omgaan. Op die manier wordt gepoogd een bijdrage te leveren tot zowel het vertaalonderzoek als tot het onderzoek naar beeldvorming.


 

Postdoctoraal onderzoek Liselotte Vandenbussche (2007-2013)


Liselotte Vandenbussche is bezig met een postdoctoraal onderzoek naar de rol van literaire vertalers (m/v) in Vlaanderen in de jaren 1830-1914 onder promotorschap van Marysa Demoor (UGent) en Stefaan Evenepoel (Hogent). Het onderzoek is gericht op een analyse van culturele bemiddeling en vertaalopvattingen van literaire vertalers, van tekstinterne vertaalstrategieën en -procedés. Naar vertalers/bemiddelaars van Nederlandse literatuur in andere taalgebieden werd al heel wat onderzoek gevoerd, maar de culturele bemiddeling door Nederlandstalige vertalers in Vlaanderen, hun inbreng bij de receptie van buitenlandse literatuur, hun vertaalopvattingen en de aangewende vertaalstrategieën en - procedés in hun vertalingen bleven met uitzondering van enkele kortere studies onderbelicht. Tot op heden ontbreekt er een studie waarin op systematische wijze voor een langere periode wordt onderzocht hoe buitenlandse literatuur in het Nederlandse literaire systeem functioneerde. Vertalers zorgen immers voor een productieve receptie van de buitenlandse literatuur in het literaire systeem en in hun vertalingen wordt een specifieke beeldvorming van ‘andere’ culturen uitgedragen, waarmee zij ook strategische doelen nastreven. Hun rol bij de transmissie van teksten en de bemiddeling tussen culturen is dan ook cruciaal en niet alleen omdat zij een inbreng hebben bij de selectie van een specifiek cultuurgoed en door het invoeren van nieuwe repertoires de evolutie van een literair systeem sturen, maar ook omdat zij literatuur en cultuur (re)produceren en dus ook tekstintern tussen twee culturen bemiddelen. Het onderzoek behelst een vertaalwetenschappelijk onderzoek naar het selectieproces van literaire vertalers, hun expliciete en impliciete vertaalopvattingen en hun vertaalstrategieën en –procedés.